Weissensee 2016

Verslag van de Weissensee 2016.
door Mike Vermeulen, broer van een van Antoine’s schoonzussen

Weissensee 2016 Mike Vermeulen

Het startschot luidt. Het is donker en min 13 graden. Zo’n 900 schaatsers hebben zich voor deze dag opgegeven om de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk te schaatsen, zo’n 200km staat voor de boeg of zolang de benen het toelaten. Het is een mooi gezicht, om al die hoofdlampjes in een lange rij het parcours van 10km op te zien schaatsen. Daartussen schaats ik. Voor mij is het de eerste keer. Natuurlijk heb ik getraind maar 200km is in Nederland een onmogelijke zaak om voor te trainen. Ben ik niet te warm gekleed? Of te koud? Hoeveel voeding moet ik onderweg innemen? Hoe snel kan ik gaan? Wat als de man met de hamer langs komt? Na het startschot valt de spanning van me af. Ik moet het nu toch echt gaan doen. Niet te snel beginnen was het advies van de ervaren schaatsers. Maar ja, wat is niet te snel. Na 5 km heeft de grote groep schaatsers zich al redelijk verspreid en is het mogelijk om een eigen tempo aan te nemen. De scheuren in het ijs zijn in het donker moeilijk te zien. Met regelmaat zie je iemand vallen. Nu maar hopen dat dit mij niet overkomt. Ik heb voor de zekerheid kniebeschermers om. Zo blijkt later dat dit drie keer een pijnlijke val heeft voorkomen en kon ik elke keer weer doorgaan. Langzaam vertrekt de duisternis op de achtergrond. Lichte nevel sluimert tussen bergen. Een opkomende zon zorgt voor een spectaculaire regenboog en een mooie lucht. “Wat is dit schitterend”, zeg ik hardop. Ik geniet met volle teugen van dit decor. Een sliert van 900 schaatsers maakt het mooie plaatje compleet.

Ik ben deze uitdaging niet alleen aangegaan. De saamhorigheid is geweldig. Bij verzorgingsposten waar je stukken banaan, sinaasappel, ontbijtkoek, krentenbrood met kaas, energydranken en warme thee kan pakken vraagt een onbekende; “En, hoe gaat het?” Het gaat goed en elkaar succes wensend schaatsen we weer verder. Soms kan je bij een groepje aanhaken. Weissensee 2016 Mike VermeulenEn soms is het fijner om alleen je eigen tempo te volgen. De weersomstandigheden zijn goed. De nevel is intussen weggetrokken en een mooi blauwe lucht is daarvoor teruggekomen. Het zonnetje is heerlijk. De kilometers vliegen voorbij; 80 km 90km 100 km. Het gaat goed, het gaat lekker. Mijn vrouw is meegekomen en is mijn trouwe supportster en verzorgster. Ze heeft zich ook warm aangekleed. Ook zij moet een hele dag de kou trotseren. Na 4 rondes houdt ze een spandoek op, na 8 rondes (80km) houdt ze een pluche hart omhoog. Ze doet er alles aan om mij te motiveren. Tussendoor geeft ze een samenvatting van alle WhatsAppjes die via een WhatsApp groep zijn aangemaakt. Het is mooi om te horen hoe iedereen met mij meeleeft. Mijn zoon die appt dat het mij gaat lukken zolang ik in mijzelf geloof. Hij is 12 jaar oud, wat een wijsheid. Het thuisfront leeft via een live-cam bij de start/finish mee. Ik probeer via de camera bij de finish aanwijzingen te geven dat het goed gaat en hoeveel rondes al gereden zijn. Thuis zien ze de doorkomtijden en kunnen zelfs grafieken aflezen van mijn snelheden per ronde.

Na 130 km begin ik mijn voeten te voelen, mijn benen zijn zwaar maar gelukkig willen ze nog. Ik moet nog 70 km, dus opgeven is geen keuze. Vanaf nu speelt de mentale kracht ook een rol. Ik wilde dit al zolang. Vanaf Evert van Benthem heeft het Elfstedenvirus mij te pakken. Wat stilletjes een lang gekoesterde droom was, is nu werkelijkheid. En hoewel het zwaar is, geniet ik van de tocht der tochten. De sfeer is geweldig. Onderweg kom ik iemand uit het hotel tegen. We hebben even een onderonsje en omdat mijn tempo iets sneller is, schaats ik weer verder.

Mijn vrouw heeft nog een verrassing. Zij meldt mij dat zij geld heeft geworven voor de stichting PACQS via onze vrienden, voor het uitrijden van de 200 kilometer. Een extra stimulans om mij de tocht uit te laten rijden. Wat een kanjer is zij toch. Zo blijkt maar weer dat achter elke man een sterke vrouw staat. Op naar de 150km! De gedachte dat nu vele vrienden verwachten dat ik de tocht uitrijd gaat even door mijn hoofd. Bij de 160km denk ik al aan de 170km. Bij de 170 km denk ik aan de 180km en dat is niet ver meer. Onderweg tref ik schaatsers die de man met de hamer zijn tegengekomen. Hun tempo geeft het gevecht tegen de resterende kilometers aan. Sommige hebben de strijd opgegeven. Dat is niet wat ik wil. De gedachte dat ik de 200km ga halen sterkt mij en ik zet nog wat kracht bij. Het gaat goed. Nog 20km te gaan. Ik heb genoeg energie om bij de 190km zonder verzorging door te schaatsen en de verzorgingspost te passeren.

Bij de bocht op het eind van het meer neem ik afscheid van de bocht. Nog 8 km. Ik heb nog genoeg kracht om door te pakken. Het einde is nu echt in zicht. Kom op Mike, je kan het zeg ik tegen mijzelf. Nog even die groep inhalen en dan het laatste rechte stuk richting de finish. En daar staat zij dan. Ik val bij mijn vrouw in haar armen. Het is een emotioneel moment, tranen van geluk mengen zich. YES, I did it! Een enorm gevoel van euforie giert door mijn lijf. Ik ben de gelukkigste man op de wereld. Deze dag was zeker een bevestiging dat als je ergens voor gaat, dat ook gaat lukken. Opgeven is geen optie.

Mike Vermeulen

Weissensee 2016 Mike Vermeulen met medaille